 |
Andere namen: Spessart
Groeigebied: Europa en Klein-Azië.
Houtbeschrijving: Eiken kernhout heeft een geelbruine tot donkerbruine kleur en steekt duidelijk af tegen het 25-50 mm brede bleekbruine spint. Kwartiers gezaagd hout vertoont karakteristieke glanzende "spiegels", veroorzaakt door de brede stralen. Het hout is ringporig waardoor op het dosse vlak een vlamtekening ontstaat. Structuur en kwaliteit variëren afhankelijk van de groeicondities. Zo is Slavonisch eiken langzaam en gelijkmatig gegroeid, heeft het een rechte draad en een egale tint en het is zacht en gemakkelijk te bewerken. Eiken uit Polen is taaier en harder. Inlands eiken is meestal harder, zwaarder en vaster, sterker maar ook grover dan geïmporteerd eiken. Eiken heeft een hoog looistofgehalte, waardoor metalen in contact met eiken snel corroderen.
Houtsoort: loofhout.
Werken: Middelmatig.
Bijzonderheden: Nat hout is corrosief in contact met ijzer. Blauwzwarte verkleuringen zijn het gevolg van de reactie tussen ijzer en het looizuur (tannine) in het hout. Eiken in contact met cement of beton zal het uitharden hiervan vertragen. Het in Nederland gegroeide Amerikaans eiken, dat als inlands Amerikaans eiken in de handel wordt gebracht, is afkomstig van Quercus rubra Du Roy (zie Amerikaans rood eiken). Mos eiken of Turks eiken, Turkey oak, chêne chevelu of zerreiche, Quercus cerris, groeigebied zuid-Europa en Zuidwest-Azië, lijkt wat houteigenschappen betreft op Europees eiken. Het heeft soms een roodachtige tint. Volumieke massa tussen (710-)770(-870) kg/m3. Werken groot. Droogt zeer langzaam, waarbij scheurvorming en vervorming vrijwel niet zijn te voorkomen. Te bewerken als Amerikaans rood eiken. Buigen zeer goed. Duurzaamheid tegen schimmels 3, termieten M. Het spint is gevoelig voor aantasting door Lyctus en Hesperophanes. Impregneerbaarheid van het kernhout 4, spint 1. De toepassingen zijn beperkt door de slechte droogeigenschappen en de grote hoge krimp gedurende het drogen. Mogelijk toepasbaar voor zware constructies en klein foutvrij hout voor buigwerk en snijfineer van zware uitgezochte stammen. Japans eiken, Quercus mongolica Fisch. ex Turcz. var. grosseserrata (Bl.) Rehd. et Wils. en Quercus spec. div., is geelbruin tot grijsbruin van kleur met weinig glans en is hierdoor te onderscheiden van de Europese eikensoorten. Over het algemeen is Japans eiken zachter, losser en lichter van structuur. Japans eiken heeft meestal veel meer groeiringen per 10 mm dan enige andere eikensoort en is daardoor geschikt om als buighout te worden toegepast. Japans eiken krimpt meer dan de andere eikensoorten en de zogenaamde spiegel, die speciaal voor panelen wordt gezocht, is weinig opvallend. Toepassing voornamelijk als buighout voor stoelrompen. Verder als andere eikensoorten, uitgezonderd constructiebouw en buitenwerk. Japans eiken wordt in tegenstelling tot vroeger nog maar weinig geïmporteerd.
Toepassingen: Het is niet mogelijk al de toepassingsmogelijkheden van eiken weer te geven. In vrijwel iedere industrie en vrijwel overal is het hout toe te passen, zowel voor constructiehout, op scheepswerven, bij bruggenbouw en waterwerken, als in de chemische industrie, de meubel-, speelgoed-, sportartikelen-, carrosserie- en landbouwmachine-industrie. Tevens voor kozijnen, ramen, deuren, parket- en strokenvloeren, triplex en fineer, remmingwerken, brugdekken, stortkokers, leuningen, wagon- en scheepsvloeren, kerkmeubelen en gereedschappen. Het inlands eiken wordt speciaal toegepast voor constructiehout (herstellen van oude gebouwen) kozijnen, ramen, balken, bedrijfsvloeren, laddersporten (essen is beter), scheepskielen en -huiden, dwarsliggers, remmingwerken, brugdekken, palen, sluisdeuren, dukdalven, walbeschoeiingen enz. Europees eiken is onvervangbaar voor de vervaardiging van vaten voor wijn, sherry, cognac en andere alcoholische dranken die veel van hun smaak ontlenen aan de in eiken aanwezige looizuren.
Verkrijgbaar in: Tapis, bourgogne, lamelparket, massief en duo-vloer.
|